Rob Monks over zijn eerste jaar als voorzitter van het NRC
13.04.2026 | Een jaar geleden, op 14 april 2025, nam Rob Monks de functie aan van voorzitter van het Nationaal Restauratie Centrum (NRC). Met 25 jaar ervaring in de restauratiepraktijk kijkt hij met een frisse blik naar de organisatie, het opleidingslandschap en de toekomst van vakmanschap in de erfgoedsector. Rob: “Het eerste jaar stond vooral in het teken van kennismaken, leren en oriënteren. Steeds duidelijker wordt dat nauwere samenwerkingen met bedrijven en blijvende investeringen in vakmensen cruciale pijlers zijn voor de toekomst van de sector.”
Van praktijk naar bestuur
Rob nam ruim 25 jaar geleden het stukadoorsbedrijf van zijn vader over. Door de jaren heen ontwikkelde het bedrijf zich steeds meer in de richting van restauratieprojecten, zowel groot als klein. Die praktijkervaring vormt ook de basis voor zijn betrokkenheid bij het NRC. “Hoewel een rol in een bestuur nooit een expliciete ambitie was, voelde het toch als een logische stap toen de vraag kwam. Ik spreek me vaak uit over opleiden, vakkennis en techniek. Dat zijn precies de onderwerpen waar het NRC zich ook mee bezighoudt. Daarnaast is het een goede match als je kijkt naar het aanbod van korte cursussen, praktijktrainingen en masterclasses. Het is praktisch, overzichtelijk en direct toepasbaar. Tijdens een praktijktraining leer je hoe iets werkt en dat kun je direct toepassen op de bouwplaats. Dat maakt het heel krachtig.”

Een andere rol
Na het eerste jaar werd het verschil tussen de functies ondernemer en een bestuursvoorzitter direct duidelijk. Als ondernemer is Rob gewend om snel te schakelen en direct dingen op te pakken. In een bestuursfunctie werkt dat anders. “Als je uit een mkb-bedrijf komt waar je eigenaar bent, moet je jezelf in de rol van voorzitter soms beheersen. Je bent niet degene die dingen uitvoert, maar degene die meedenkt over waarom we iets doen en hoe we het aanpakken. Dat betekent meer strategisch denken en samenwerken met de organisatie en andere bestuursleden. Tegelijkertijd kost het tijd om een organisatie goed te leren kennen.” Om een beter beeld te krijgen van het landschap, bezocht Rob verschillende open dagen en voerde hij gesprekken met andere spelers in het restauratieonderwijs.
Vormen van kennisdeling
“Ik vind het werk dat het NRC verricht op het gebied van het ontwikkelen van vakboeken heel waardevol en daarnaast ben ik erg enthousiast over de incompany-cursussen van het NRC. Zo kun je goed inspelen op de daadwerkelijke behoefte van een bedrijf. Ook samenwerking tussen kleinere bedrijven zou daarbij een rol kunnen spelen. Je kunt je voorstellen dat een paar bedrijven samen een groep vormen. Dan wordt het ineens heel toegankelijk om zo’n training te organiseren.” Volgens hem is dat bovendien een duidelijke manier voor bedrijven om te laten zien dat ze investeren in hun mensen en de sector. “Iedereen zegt dat we goed willen opleiden. Met dit soort trainingen kun je dat ook echt laten zien.”
.jpg)
Restauratie ontdekken in de praktijk
Opvallend is dat bijna niemand bewust kiest voor restauratie wanneer ze het vak instromen. “In al die jaren heb ik maar één leerling gehad die specifiek restauratiestukadoor wilde worden. De meesten komen gewoon een leerplek zoeken.” De interesse groeit pas als ze met het vak in aanraking komen. “Als ze het eenmaal leren kennen, vinden ze het vaak mateloos interessant. Maar dat eerste contactmoment ontbreekt vaak nog.” Daar ligt volgens Rob ook een belangrijke rol voor opleidingen en organisaties in de sector.
Vakmanschap centraal
Terugkijkend op zijn eerste jaar noemt Rob het vooral leerzaam. Hij ziet hoeveel werk er achter de schermen wordt verricht rondom cursussen, kennisontwikkeling en -deling en samenwerkingen met overheid en organisaties. Voor de toekomst blijft volgens hem één ding centraal staan. “We hebben vakmensen nodig, die over vakinhoudelijke kennis beschikken. Het enthousiasmeren van de volgende generatie voor het restauratievak en het opleiden tot specialisten staan centraal.”
